Het begon heel dichtbij
Voor Kitty begon dit verhaal bij haar ouders. Als mantelzorger merkte ze hoe moeilijk het was om hen bij elkaar te houden toen zij steeds meer zorg nodig hadden. Dat deed haar pijn. Haar ouders hadden samen een leven opgebouwd, met hun eigen gewoontes, herinneringen en vertrouwde ritme. Juist toen ze kwetsbaarder werden, dreigden ze van elkaar gescheiden te raken. Kitty wilde niets liever dan dat haar ouders samen oud konden worden op een plek waar ze zich veilig en thuis voelden. Niet hun zorgvraag moest centraal staan, maar wie zij waren: hun liefde, hun geschiedenis in hun Bocholtz en alles wat hun leven waardevol maakte. Dankzij haar daadkracht bleven haar ouders bij elkaar in een regulier verpleeghuis. Maar ideaal was de situatie niet. Het gevoel dat dit anders moest kunnen, liet Kitty niet meer los. Zonder dat we het toen al precies wisten, werd dit een belangrijke drijfveer voor onze gezamenlijke droom.
Wat er achter de voordeur gebeurt
Ook in haar werk als verpleegkundige in de wijk zag Kitty wat er achter de voordeur gebeurde. Ze zag hoe belangrijk kleine, vertrouwde dingen zijn: samen koffie drinken, een foto op tafel, een vertrouwde stoel of een partner die dichtbij blijft. Ze zag liefde en verbondenheid, maar ook eenzaamheid, zorgen en familieleden die alles probeerden te regelen. Bij haar laatste cliënt bleef ze vaak langer dan afgesproken. Niet omdat het moest, maar omdat ze voelde dat daar behoefte aan was. Aan iemand die luisterde. Die niet meteen weer weg hoefde. Die bleef zitten om samen even koffie en thee te drinken. Die extra tijd gaf haar voldoening. Het bevestigde wat ze diep vanbinnen al wist: Aandacht is geen extraatje. Aandacht is de basis.
Dit moet anders kunnen
Langzaam groeide bij ons het besef dat goede zorg over meer gaat dan een zorgvraag of indicatie. Mensen willen gezien worden. Ze willen zichzelf kunnen blijven, omringd door vertrouwde gezichten en mensen die hun verhaal kennen. Na mijn overstap van de ambulancezorg naar de ouderenzorg keek ik anders naar de organisatie van de zorg. Ik verbaasde me over systemen en regels die soms belangrijker leken dan de persoon om wie het ging. Niet over de medewerkers. Ik zag hoeveel zij zich inzetten en hoeveel liefde zij in hun werk legden. Wel over de beperkte ruimte die zij kregen voor echte aandacht. Thuis kwamen Kitty en ik steeds bij dezelfde gedachte uit: Dit moet anders kunnen. Persoonlijker, kleinschaliger en dichter bij de mens.
Een visie die al in ons zat
Toen we Arno van de Berg ontmoetten, voelde het meteen goed. We herkenden ons in zijn visie en in de manier waarop Het Andere Wonen naar mensen kijkt. Het was alsof we woorden vonden voor iets waarin we zelf al jaren geloofden. Iets wat was ontstaan uit onze ervaringen, onze zorgen en onze overtuiging dat mensen meer zijn dan hun zorgvraag.
De visie zat eigenlijk al in ons DNA:
Maak plaats voor aandacht.
Zo kregen Kitty en ik de kans om opnieuw samen te werken, net als vroeger in Aken. Nu aan een gezamenlijke droom: Het Andere Wonen Klimmen.
Een thuis waar het leven centraal staat
In Het Andere Wonen Klimmen draait het om goede zorg, maar vooral om het leven zelf. Om samen aan tafel zitten. Om echtparen die bij elkaar blijven. Om familie die gewoon binnenloopt. Om vertrouwde gezichten en kleine momenten die een dag bijzonder maken. Bewoners wonen in hun eigen appartement. Ze hoeven niet te leven in de ruimte waar ze slapen en te slapen in de ruimte waar ze leven. Slapen doen we in een slaapkamer, toch? Ook naar buiten gaan hoort bij het dagelijks leven. Even genieten van de zon, een wandeling maken of zorgen voor bloemen en planten. Gewoon kunnen doen wat bij iemand past.
De waardering van bewoners, familie, naasten en collega’s geeft ons iedere dag energie. Een dankbaar woord, een glimlach of een klein gebaar kan veel betekenen. Het laat voelen dat we samen op de goede weg zijn.
Wanneer ik bewoners zie lachen of genieten en familie binnen zie komen, denk ik terug aan waar het begon. Aan Kitty’s ouders. Aan haar verdriet. Aan onze gesprekken thuis. Aan dat sterke gevoel dat het anders moest kunnen.
Niet alleen om een woonplek te creëren, maar om mensen bij elkaar te houden. Om ruimte te maken voor hun verhaal, hun gewoontes en hun manier van leven.
Die droom mogen we iedere dag samen leven.
Theo Heuts